paragraph
standard_text
- Bij mensen met een migratieachtergrond is er veel onbekendheid rond begrippen als palliatieve zorg en palliatieve sedatie.
Vaak is er in de moedertaal ook geen specifiek woord voor de term ‘palliatief’.
Voorzie voldoende tijd om hierrond te informeren. - Om de patiënt en zijn familie te bevragen over hun opvattingen rond ziekte en overlijden, kan je gebruik maken van het Culturele Interview.
- Denk niet te snel dat je het wel begrijpt: vraag door wat de patiënt precies bedoelt.
- De directe manier waarop over prognoses en de dood wordt gesproken, stuit soms op onbegrip bij mensen met een migratieachtergrond. (Het ontneemt mensen de hoop op genezing. Alleen God beschikt over het tijdstip van overlijden.)
Communiceer empathisch en tast af of een prognose gewenst is.
Kies ‘zachte’, versluierende woorden (zeg bv. “Het is ernstig”) en geef gedoseerde informatie. - Je lichaamstaal is verantwoordelijk voor 55% van de communicatie. Bij een taalbarrière wordt de non-verbale communicatie nog belangrijker.
- Schakel bij moeilijke onderwerpen (voor het overbrengen van slecht nieuws of onderwerpen die met schaamte samenhangen) altijd een professionele tolk in.
- Familie speelt een belangrijke rol, ook in de communicatie en besluitvorming over ziekte en behandeling. Het is niet vanzelfsprekend dat de patiënt het centrale aanspreekpunt is. Vraag wie het aanspreekpunt is van de familie.
- Geef concrete instructies over wat en wanneer de patiënt moet eten, hoeveel bezoek mogelijk is en wanneer de patiënt moet rusten. Schakel het centrale aanspreekpunt in om dit mee te helpen bewaken.
Om passende ondersteuning te bieden aan mensen met diverse achtergronden is respectvol en open bevragen steeds een goed idee.
Benader ieder persoon als een individu en niet als een vertegenwoordiger van een cultuur of religie.
previous